





Op aanbeveling van Rudolf Steiner maakte ze met opgerold chromatografie papier beelden van plantensappen. Vervolgens onderzocht ze de invloed van kosmische constellaties op metaalzoutoplossingen. Ten slotte combineerde ze beide methoden en zo ontstond de stijgbeeldmethode.
De stijgbeeldmethode is gebaseerd op het combineren van plantensap met een metaalzout. Bij gebruik van alleen plantensap blijven de vormkrachten in de plant verborgen. Daarom was het nodig eerst onderzoek te doen naar de vormkrachten die verborgen zitten in anorganische materiaal, in de verschillende metaalzouten. En daarmee vond ze de relatie tot de kosmische krachten. Het effect van de metaalzouten is daarbij van cruciaal belang, de combinatie metaalzout en plantensap maakt zichtbaar.
Met deze nieuwe methode kon ze de werking van vormkrachten aantonen. Ze legde de relatie tussen de verschillende verschijningsvormen van de stijgbeelden met natuurprocessen, groei, bloei, kiemkracht, en merkte dat de vormen en beelden die verschenen in de stijgbeelden niet op basis van fysisch/chemische begrippen uitgelegd konden worden. Ze bracht de vormen in verband met ‘het levende’, met het begrip etherkracht. Haar conclusie was dat met behulp van filterpapier, metaalzouten en planten-extracten de levenskrachten zichtbaar worden. Rudolf Steiner stelde een lijst van verschillende planten samen waarvan de vormkrachten bestudeerd zouden kunnen worden. Lilly Kolisko heeft vervolgens het stijgbeeldonderzoek verder ontwikkeld. Maar eigenlijk kun je zeggen dat het stijgbeeldonderzoek nu, ruim 100 jaar later, nog in de kinderschoenen staat. Dat er nog veel onderzoek nodig is om de werkelijke betekenis van de stijgbeelden te leren ontdekken.
© Vör-Foundation - Webdesign door: One4Design.nl